Diskwalificatiecodes

Algemeen:

AA Gestart voor het startsignaal (en wel gezwommen).

AB Gestart voor het startsignaal en de start is afgefloten (uitsluiten voor dat progr.nr.).

AC Na een officiële waarschuwing zich niet gehouden aan de startdiscipline (uitsluiten voor dat progr.nr.).

AD Gestart nadat het vertrek heeft plaatsgehad.

AE De aangegeven zwemslag niet uitgevoerd.

AF De aangegeven afstand niet uitgezwommen.

AH Gezwommen in een andere baan dan waarin is gestart.

AI Gelopen over en/of afgezet van de bodem.

AJ Te water gegaan tijdens het zwemmen van een nummer, waarop men niet is ingeschreven.

AK Na het beëindigen van de race niet onmiddellijk het water verlaten.

AL Tijdens het water verlaten een deelnemer gehinderd die de race nog niet heeft beëindigd.

AM Gebruik gemaakt van hulpmiddelen (het meelopen met de deelnemer -in het zwembad- wordt gelijkgesteld met gebruik van hulpmiddelen) of tape gebruikt op het lichaam.

AN Leeftijdsbepalingen overschreden.

AO Niet gerechtigd gestart.

AP Schuldig gemaakt aan ongepast gedrag . Bij ernstige vorm (wangedrag) uitsluiten van (verdere) deelneming aan en/of aanwezigheid bij de wedstrijd (uitgebreid in het proces-verbaal vermelden en rapport inzenden)

AQ Niet goedgekeurde zwemkleding gebruikt of meer dan 1 zwempak gedragen.

Schoolslag:

SA Na start en/of keerpunt niet met het hoofd het wateroppervlak doorbroken, voordat bij het wijdste gedeelte van de 2earmslag de handen naar binnen beginnen te draaien.

SB Een deel van het hoofd heeft gedurende de gehele race niet tijdens iedere volledige of onvolledige cyclus het wateroppervlak daadwerkelijk doorbroken.

SC De bewegingen van de armen niet te allen tijde gelijktijdig en/of in hetzelfde horizontale vlak uitgevoerd.

SD De bewegingen van de benen niet te allen tijde gelijktijdig en/of in hetzelfde horizontale vlak uitgevoerd.

SE De handen niet tezamen van de borst naar voren gebracht.

SF Tijdens de race de ellebogen niet onder het wateroppervlak gehouden.

SG Na de 1e armslag na start en/of keerpunt de handen voorbij de heuplijn gebracht.

SH Bij de achterwaartse beweging van de beenslag de voeten niet naar buiten bewogen.

SI Stond tijdens de race.

SJ Na start en/of keerpunt een verkeerde arm- en/of beenslag gemaakt.

SK Het keer- en/of eindpunt niet gelijktijdig met twee handen aangetikt.

SL Het keer- en/of eindpunt met één hand aangetikt.

SM Bij het keer- en/of eindpunt niet aangetikt met de handen (wel afgezet).

SN Keerpunt of eindpunt in het geheel niet aangeraakt.

SO Tijdens de race op de rug gedraaid.

SP Eén of meerdere vlinderbeenslagen gemaakt na de eerste schoolslagbeenslag.

SQ Bij de laatste slag voor keer- of eindpunt een beenslag gemaakt, die niet vooraf is gegaan door een armslag.

SR Meer dan één vlinderbeenslag na start en/of keerpunt gemaakt.

SS Met handen over elkaar keer- of eindpunt aangetikt

ST Bij het loslaten van de wand na het keerpunt de borstligging niet aangenomen

Rugslag:

RA Na start en/of keerpunt niet bij of voor de 15 m met het hoofd het wateroppervlak doorbroken.

RB Stond tijdens de race.

RC Rugligging verlaten tijdens de race zonder het keerpunt in te zetten.

RD Rugligging verlaten en stuwbewegingen met armen en/of benen gemaakt zonder het keerpunt in te zetten.

RE Het keer- en/of eindpunt niet aangeraakt met enig lichaamsdeel.

RF Bij het loslaten van de wand na het keerpunt de rugligging niet aangenomen.

RH Het eindpunt niet in rugligging aangeraakt.

RI Tijdens de start de tenen over de overloopgoot of over de bovenkant van de aantikplaat geklemd.

RJ Lichaam geheel onder water gedurende de race of bij de finish (geldt niet voor keerpunt en eerste 15 m na start en keerpunt)

RK Keer- of eindpunt niet in eigen baan aangeraakt.

RL De tenen van beide voeten niet in contact met de wand of met de aantikplaat indien er bij de start een rugslag voetsteun is gebruikt.

Vlinderslag:

VA Na start en/of keerpunt meer dan één armdoortrekbeweging onder water gemaakt.

VB Beide armen niet tezamen naar voren en/of gelijktijdig achterwaarts gebracht.

VC Armen niet over het water naar voren gebracht.

VD Schoolslagbenen gezwommen of andere stuwende beweging in het horizontale vlak.

VE De bewegingen van de benen niet op gelijke wijze uitgevoerd.

VF Stond tijdens de race.

VG Bij de laatste armslag voor keer- en/of eindpunt de armen niet over het water naar voren gebracht.

VH Niet met twee handen gelijktijdig keer- en/of eindpunt aangetikt.

VI Met één hand keer- en/of eindpunt aangetikt.

VJ Niet aangetikt met de handen bij het keer- en/of eindpunt (wel afgezet).

VK Keerpunt of eindpunt in het geheel niet aangeraakt.

VL Tijdens de race op de rug gedraaid.

VM Na start en/of keerpunt niet bij of voor de 15 m met het hoofd het wateroppervlak doorbroken.

VN Lichaam geheel onder water gedurende de race (geldt niet voor keerpunt en eerste 15 m na start en keerpunt)

VO De armen niet gedurende de gehele race over het water naar voren gebracht (meerdere beenslagen achter elkaar zonder armslag).

VP Met handen over elkaar keerpunt of eindpunt aangetikt.

VQ Bij het loslaten van de wand na het keerpunt de borstligging niet aangenomen.

Vrije slag:

VRA Het keer- en/of eindpunt niet aangeraakt met enig lichaamsdeel.

VRB Na start en/of keerpunt niet bij of voor de 15 m met het hoofd het wateroppervlak doorbroken.

VRC Lichaam geheel onder water gedurende de race (geldt niet voor keerpunt en eerste 15 m na start en keerpunt).

VRD Tijdens de race gelopen over de bodem.

Estafettes:

Code vermelden bij de naam van de zwemmer die de fout heeft gemaakt.

**): tussentijden noteren tot en met de laatste zwemmer voor de fout is begaan.

EA Te vroeg overgenomen. **

EB De wisselslag niet gezwommen in de juiste volgorde (rug-, school-, vlinder- en vrije slag). **

EC De estafette niet gezwommen met de opgegeven deelnemers. **

ED De estafette niet gezwommen conform de opgegeven startvolgorde. **

EE Bij de estafette wisselslag de vrije slag gezwommen als school-, vlinder-, of rugslag. **

EF Een ander ploeglid dan de zwemmer die de afstand moet zwemmen, te water gegaan voordat alle ploegen de wedstrijd hebben beëindigd.

Wisselslag persoonlijk:

WA De vrije slag gezwommen als school-, vlinder- of rugslag.

WB De wisselslag niet gezwommen in de juiste volgorde.

Toelichting:

Bij diskwalificatie in de wisselslag (estafette of persoonlijk) moet bij een fout op de hiertoe behorende zwemslagen de bij

die slagen behorende codes worden gebruikt (S…, V…, R… en VR…).

Openwaterzwemmen

OA Niet gedurende de race, van (voor-) start tot en met finish, de cap op het hoofd gedragen.

OB Na waarschuwing(en) toch voor de startlijn blijven liggen.

OC Bij het ingehaald worden de inhalende deelnemer gehinderd.

OD Onvoldoende afstand gehouden tot de andere deelnemer(s).

OE Buiten het aangegeven parcours gezwommen.

OF Gebruik gemaakt van “gangmaking” door begeleidingsboot.

OG Lichamelijk contact gemaakt met de begeleidingsboot.

OH Aanwijzingen van de kamprechter(s) te water of op de kant niet opgevolgd.

OI Trekken aan, duwen tegen of anderszins manipuleren van boeien en/of obstakels langs de baan gedurende de race bij keerpunt en/of start en finish.

OJ Boei(en) verkeerd en/of niet gerond.

OK Niet (tijdig) aanwezig bij briefing of inchecken.

Toelichting Wangedrag

Bij wangedrag (AP) dient door de scheidsrechter altijd rapport te worden opgemaakt, bij voorkeur digitaal.

Hoe te handelen staat in de handleiding die te vinden is op de KNZB-website onder “officials, zwemmen”.