Reglement

Waterpolo is een leuke en spannende watersport waarbij twee teams het tegen elkaar opnemen in een zwembad. Om ervoor te zorgen dat de wedstrijden eerlijk en veilig verlopen, zijn er regels waaraan beide teams zich moeten houden. In Nederland stelt de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB) deze regels vast. Hieronder vind je de belangrijkste spelregels, de aangepaste regels voor de jeugd en links naar de officiële documenten.

De belangrijkste spelregels

Deze regels gelden voor de senioren en voor de jeugd vanaf onder 16.

  • Teams: een team begint de wedstrijd met zeven spelers in het water, van wie één de keeper is. De keeper draagt een rode cap. Op het wedstrijdformulier mogen maximaal veertien spelers staan: twaalf veldspelers en één of twee keepers. Wisselen kan tijdens het spel via het terugkomvak.
  • Speeltijd: een wedstrijd bestaat uit vier periodes. Het gaat om zuivere speeltijd: bij elk fluitsignaal stopt de klok. Hoe lang een periode duurt, hangt af van de klasse: van 4 × 5 minuten in de lagere klassen tot 4 × 8 minuten in de eredivisie. Tussen de periodes zit een pauze van 2 minuten. Op het hoogste niveau duurt de pauze halverwege 5 minuten.
  • Aanvalstijd: een team heeft 28 seconden om op doel te schieten. Komt de bal na een schot op doel terug bij de aanvallers, dan gaat de schotklok terug naar 18 seconden.
  • Bal: je speelt de bal met één hand. Alleen de keeper mag de bal binnen zijn eigen 6-metergebied met twee handen spelen. Je mag de bal niet onder water duwen als je wordt aangevallen, en niet op de bodem staan om mee te spelen.
  • Gewone fout: bijvoorbeeld een tegenstander zonder bal wegduwen, de bal met twee handen spelen of te lang in balbezit blijven. De tegenstander krijgt een vrije worp.
  • Uitsluitingsfout: bijvoorbeeld een tegenstander vasthouden, onder water trekken of het nemen van een vrije worp hinderen. De speler moet het veld uit en mag terugkomen na 18 seconden zuivere speeltijd, of eerder als zijn team de bal terugwint of er een doelpunt valt. Na drie persoonlijke fouten mag een speler niet meer meedoen.
  • Strafworp: maakt een verdediger binnen het 6-metergebied een overtreding waardoor er waarschijnlijk geen doelpunt valt, dan krijgt de aanvallende partij een strafworp. Die wordt genomen vanaf de 5-meterlijn, één tegen één met de keeper.

Jeugdwaterpolo

Sinds seizoen 2024-2025 werkt de KNZB voor de jongste jeugd met een vernieuwd format, waarin plezier, ontwikkeling en laagdrempeligheid voorop staan. Kinderen spelen in kleinere teams, op kleinere doelen en met eenvoudigere regels. Per leeftijdscategorie wordt de ‘lat’ een stukje hoger gelegd, tot ze bij onder 14 gevorderden met zeven spelers volgens de gewone regels spelen.

CategorieSpelersSpeelduurVaste keeperScore
Minipolo42 × 5 min.NeeGeen
Gemengd onder 1044 × 5 min.NeeWordt niet bijgehouden
Gemengd onder 12 instroom54 × 6 min.JaAlleen door de jury, niet zichtbaar
Gemengd onder 12 gevorderden54 × 6 min.JaRegulier
Gemengd onder 14 instroom (5×5)54 × 4 min.JaRegulier
Gemengd onder 14 gevorderden (7×7)74 × 5 min.JaRegulier

Een paar regels die de jeugd anders maken:

  • Geen fysiek contact bij minipolo en onder 10: je speelt alleen de bal, niet de tegenstander.
  • Spelbegeleider: bij de jongste categorieën fluit een spelbegeleider in plaats van een scheidsrechter. Bij minipolo en onder 10 staat die bij voorkeur in het water.
  • Onder 12: een aanvaller mag niet zonder of vóór de bal binnen de 2 meter komen. In plaats van een strafworp is er een 5-meterschot, waarbij alle spelers buiten de doelpalen blijven. Een speler die een uitsluitingsfout maakt, wordt gewisseld (de waarschuwingswissel) in plaats van uitgesloten.
  • SuperTeam: staat een team 5 doelpunten achter, dan mag het een extra speler in het water brengen. Zo blijft het scoreverschil beperkt en de wedstrijd voor beide teams leuk.

Officiële documenten

Dit is een samenvatting. De officiële regels en documenten van de KNZB zijn altijd leidend: